Voorwaarde van het navolgen.

Fatwa-reeks nr. 6: De eerste voorwaarde van het navolgen.

De Sheikh Ibn 3Uthaimeen - moge Allah hem genadig zijn - heeft gezegd:

Ten eerste: de oorzaak. Als een persoon een aanbidding verricht voor Allah, en deze aanbidding gaat gecombineerd met een oorzaak die Allah niet als oorzaak heeft aangesteld (voor deze aanbidding), dan is er geen sprake van navolging van de profeet – moge de vrede en zegeningen van Allah over hem zijn –.

Een voorbeeld daarvan is wat er gebeurt rondom de geboortedag van de profeet – moge de vrede en zegeningen van Allah over hem zijn – aan het uitspreken van vrede en zegeningen over hem en het gedenken enzovoorts. Ondanks dat deze aanbiddingingen toelaatbaar zijn, komen ze hier niet overeen met de (islamitische) wetgeving. Dit omdat het aanbreken van de tijd waarop hij geboren is geen oorzaak is voor het innoveren van deze aanbidding.

(ontleend aan " Tafsier sorat An-nisaa' ", deel 2/pag. 248)


Fatwa-reeks nr. 7: De tweede voorwaarde van het navolgen.

De Sheikh Ibn 3Uthaimeen - moge Allah hem genadig zijn - heeft gezegd:

Ten tweede: Dat de aanbidding overeenkomt met de (islamitische) wetgeving betreffende zijn soort. Als een persoon namelijk een aanbidding verricht voor Allah – de Verhevene -, maar deze aanbidding wordt verricht met een soort die Allah niet heeft voorgescheven voor Zijn dienaren, dan wordt deze (aanbidding) niet geacepteerd. Bovendien behoort deze aanbidding dan niet tot de (islamitische) wetgeving.

Een voorbeeld hiervan is een persoon die een merrie (voor het offerfeest) offert. Ondanks dat een merrie "7alaal" (toegestaan) is, wordt zijn offer (voor het offerfeest) niet geaccepteerd. Dit omdat het soort offer hier niet overeenkomt met de (islamitische) wetgeving. De offers (voor het offerfeest) mogen namelijk met niets anders uitgevoerd worden dan vee.
(ontleend aan " Tafsier sorat An-nisaa' ", deel 2/pag. 249)

Notitie van de vertaler: Een merrie is een vrouwelijk paard.


Fatwa-reeks nr. 8: De derde voorwaarde van het navolgen.

De Sheikh Ibn 3Uthaimeen - moge Allah hem genadig zijn - heeft gezegd:

Ten derde: Dat de aanbidding overeenkomt met de (islamitische) wetgeving betreffende zijn aantal. Als een persoon bijvoorbeeld (opzettelijk) vijf ("Raka3aat") bidt in een gebed waar slechts vier in gebeden behoren te worden, of vier in een gebed waar slechts drie in gebeden behoren te worden, of drie in een gebed waar slechts twee in gebeden behoren te worden, dan is zijn aanbidding niet geldig. Dit omdat hij namelijk (opzettelijk) iets heeft toegevoegd aan het wettelijk voorgeschreven aantal.
 
(ontleend aan " Tafsier sorat An-nisaa' ", deel 2/pag. 249)

Notitie van de vertaler: "Raka3aat" is meervoud van "Rak3ah" en is een onderdeel van het gebed wat bestaat uit het staan, gevolgd door een buiging, gevolgd door nogmaals staan, gevolgd door twee knielingen met daartussen een zitpauze.

Fatwa-reeks nr. 9: De vierde voorwaarde van het navolgen.

De Sheikh Ibn 3Uthaimeen - moge Allah hem genadig zijn - heeft gezegd:

Ten vierde: Dat de aanbidding overeenkomt met de (islamitische) wetgeving betreffende de hoedanigheid (wijze). Namelijk dat de aanbidding met dezelfde hoedanigheid wordt uitgevoerd als zij is overgeleverd. Als een persoon bijvoorbeeld bidt en hij verricht de "Sudjud" (knieling) zonder de "Ruku3" (buiging) te verrichtten, of hij verricht wel de "Ruku3", maar dit pas na het verrichten van de "Sudjud", dan wordt dit (gebed) niet geaccepteerd. Dit omdat het gebed hier namelijk niet overeenkomt met de (islamitische) wetgeving betreffende de hoedanigheid (van het uitvoeren).

(ontleend aan " Tafsier sorat An-nisaa' ", deel 2/pag. 249)




Fatwa-reeks nr. 10: De vijfde voorwaarde van het navolgen.

De Sheikh Ibn 3Uthaimeen - moge Allah hem genadig zijn - heeft gezegd:

Ten vijfde: Dat de aanbidding overeenkomt met de (islamitische) wetgeving betreffende de tijd. Stel dat een persoon slechts één minuut voor tijd bidt, dan is zijn gebed niet geldig. Dit omdat zij namelijk niet is uitgevoerd op de tijd die de (islamitische) wetgeving heeft voorgeschreven.

Zo ook als een persoon zijn offer (voor het offerfeest) slacht op de negende dag van (de islamitische maand) "Dhul-7idja", dan wordt zij niet geaccepteerd. Dit omdat zij namelijk niet op de tijd is geslacht die de (islamitische) wetgeving heeft voorgeschreven (namelijk de tiende dag van de maand).
(ontleend aan " Tafsier sorat An-nisaa' ", deel 2/pag. 250)

Fatwa-reeks nr. 11: De zesde voorwaarde van het navolgen.
De Sheikh Ibn 3Uthaimeen - moge Allah hem genadig zijn - heeft gezegd:

Ten zesde: Dat de aanbidding overeenkomt met de (islamitische) wetgeving betreffende de plaats. Stel dat een persoon "I3tikaaf" verricht in zijn huis in plaats van de moskee, dan wordt zijn "I3tikaaf" niet geaccepteerd. Dit omdat zij niet is uitgevoerd op de (door de islam) voorgeschreven methode.

Een goede daad is dus een daad waarin de profeet – moge de vrede en zegeningen van Allah over hem zijn – wordt nagevolgd. En dit (navolgen) wordt slechts gerealiseerd als het overeenkomt met de (islamitische) wetgeving in zes zaken (de oorzaak, de soort, het aantal, de hoedanigheid, de tijd, en de plaats).

(ontleend aan " Tafsier sorat An-nisaa' ", deel 2/pag. 250)

Notitie van de vertaler: "I3tikaaf" is het zich afzonderen in de moskee om daarmee dichter bij Allah te komen.



Vertaald door Abu Thouraya, student aan de islamitische universiteit van Medina.
------------

Wilt u ook regelmatig een "Fatwa" uit de Fatwa-reeks ontvangen via WhatsApp? Voeg dan 0612781828 toe aan uw contacten en stuur een app met "ok" om uw aanmelding te bevestigen. Als u de reeks via de mail wilt ontvangen, stuur dan een e-mail naar
fatwareeks@gmail.com met als onderwerp "ok" om u aan te melden.

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Live duroos